Zonneboilers, warmtepompen en geothermie in proeftuin Ameland

Ameland wordt een energieproeftuin. Het waddeneiland wil voorop gaan lopen in de energietransitie in Nederland. Vanmiddag wordt hiervoor een convenant getekend door de gemeente Ameland, netbeheerder Liander, energiebedrijf Eneco, TNO, Gasterra, de NAM en Phillips.

Vanaf vanavond gaat de gemeente Ameland de discussie aan met de bevolking over de vraag hoe het eiland zo snel mogelijk zelfstandig kan worden op energiegebied. “Wij zitten hier in een heel mooi natuurlijk gebied en we kunnen zelfvoorzienend zijn op energiegebied, dus waarom zou je het niet doen”, zegt burgemeester Albert de Hoop (D66) van Ameland.

Lees het hele artikel op de website van de NOS: Proeftuin Ameland

Duurzame stoom en stroom met nanotechnologie uit restwarmte Tata

Een consortium bestaande uit RGS Development, Tata Steel, ECN, Engie en Ontwikkelingsbedrijf NHN gaat restwarmte met innovatieve hittepanelen omzetten in duurzame energie.

Het demonstratieproject behelst een installatie die in totaal 1 megawatt aan stroom en stoom terugwint uit ongeveer 2 megawatt aan restwarmte.

De partijen hebben een demonstratie energie-innovatie subsidie (DEI) toegewezen gekregen. Het Ministerie van Economische Zaken stelt met Topsector Energiesubsidie in totaal € 1,5 mln beschikbaar voor het project.

Onder de noemer ‘Waste Radiation Heat to Power and Steam’ (Wraps) werken de organisaties samen om de restwarmte van hoge temperatuur, 700 tot 1200 graden Celsius, te benutten. Deze warmte komt vrij bij de productie van onder andere staal, metaal en glas.

Duurzame energie

Het consortium maakt gebruik van zogenoemde Themagy-hittepanelen ontwikkeld door RGS Development uit Broek op Langedijk, een spin-off van ECN. Deze panelen zetten stralingswarmte om in electriciteit en warm water. Het bedrijf heeft daartoe halfgeleiders ontwikkeld op basis van siliconen, die een speciale structuur hebben op nano-schaal. Met dit materiaal worden temperatuurverschillen omgezet in elektriciteit. Engie levert een hittetransformator, die het vrijgekomen warme water in het proces omzet in stoom.

“Veel van de restwarmte in onze processen wordt al gebruikt om gas en verbrandingslucht voor te verwarmen en op sommige plaatsen om stoom te maken. Je kunt geen staal gieten zonder dat er stralingswarmte vrijkomt. De introductie van Thermagy maakt het nu mogelijk ook de hoge temperatuur stralingswarmte nuttig te gebruiken,” zegt Gerard Jägers, Programma Manager Energie Efficiency bij Tata Steel in IJmuiden.

Volgens het consortium blijkt uit studies dat de hoeveelheid ongebruikte restwarmte van hoge temperatuur in de Europese industrieën meer dan 100 petajoule per jaar kan bedragen, gelijk aan de totale 2020 doelstelling voor energiereductie in Nederland.

Bron: DuurzaamBedrijfsleven.nl

Tesla: ‘Zonnedak is voordeliger dan traditioneel dak’

Sinds woensdag neemt Tesla wereldwijd bestellingen aan voor zijn langverwachte zonnedak. Uit berekeningen van de autofabrikant blijkt dat gebruikers van het energieopwekkende dak goedkoper uit zijn dan woningeigenaren met een traditioneel dak.

Het zonnedak van Tesla is gemaakt van glas en zet zonlicht om in duurzame elektriciteit. In combinatie met de Tesla Powerwall 2-thuisaccu kunnen bewoners met het zonnedak besparen op hun energiekosten door voldoende stroom op te wekken voor het opladen van een elektrische auto.

De autofabrikant maakte in maart van dit jaar bekend vanaf april in de Verenigde Staten bestellingen aan te nemen voor het zonnedak. Sinds woensdag kunnen ook Nederlandse woningeigenaren een bestelling voor het zonnedak op de website van Tesla plaatsen.

Besparen op energiekosten

Volgens het concern zouden woningeigenaren in totaal ongeveer $ 235 per vierkante meter betalen voor het Tesla-zonnedak. In deze berekening is de besparing op energiekosten die het stroomopwekkende dak oplevert, meegenomen.

De prijs van het dak per vierkante meter is mogelijk doordat het Tesla-zonnedak niet geheel bestaat uit dakpannen waarin zonnecellen zijn verwerkt. Tesla biedt de mogelijkheid om zonnedaken te installeren waarin 70 procent van het dak bestaat uit de dakpannen met zonnecellen. Volgens het concern is in veel gevallen echter 35 tot 40 procent van de dakpannen met zonnecellen voldoende om de beoogde besparing in energiekosten op te leveren.

Duurzaam dak

De rest van het dak wordt aangevuld met dakpannen zonder zonnecellen. Wel zijn de dakpannen zonder zonnecellen esthetisch aangepast aan de dakpannen met zonnecellen, waardoor er geen esthetisch verschil te merken is.

De dakpannen met zonnecellen hebben met $ 453 per vierkante meter een hogere prijs dan de prijs van het totale zonnedak per vierkante meter. In deze berekening is de besparing op energiekosten door het opwekken van zonnestroom nog niet meegenomen.

Naast de lage prijs en besparing op energiekosten, claimt Tesla dat het zonnedak een langere levensduur heeft dan traditionele daken. Zo geeft Tesla een stroomgarantie van dertig jaar en zou het zonnedak beter weerstand bieden tegen verschillende weersomstandigheden dan een traditioneel dak.

Bron: DuurzaamBedrijfsleven.nl

Mijlpaal UK: Eerste kolenvrije dag sinds Industriële Revolutie

Het Verenigd Koninkrijk is er afgelopen vrijdag in geslaagd om een volledige dag geen gebruik te maken van kolen bij het voorzien in de nationale vraag naar elektriciteit. Energiebronnen als gas-, wind-, zonne- en nucleaire energie zorgden voor de eerste werkdag zonder kolenenergie sinds de Industriële Revolutie.

Dit tweette de controlekamer van het National Grid:

Afbeelding weergeven op Twitter

National Grid can confirm that for the past 24 hours, it has supplied GB’s electricity demand without the need for generation.

Duurzame energie

Duurzame energiebronnen spelen een steeds belangrijkere rol in de energiemix van het Verenigd Koninkrijk. In 2016 werden ook al kortere perioden bereikt waarbij geen gebruik werd gemaakt van kolen, stelt The Guardian. Het vorige record stond op 19 uur, dat werd bereikt in mei 2016.

Volgens een woordvoerder van National Grid is het nieuwe record van ruim 24 uur een voorbode voor de toekomst. Kolen-vrije dagen zullen steeds vaker voorkomen.

Het aandeel van kolen in de energiemix van het Verenigd Koninkrijk is in de afgelopen jaren fors gedaald. In 2016 waren kolencentrales verantwoordelijk voor slechts 9 procent van de totale elektriciteitsopwekking. Het jaar daarvoor lag dit percentage nog op 23 procent.

In 2025 moeten alle kolencentrales in het Verenigd Koninkrijk gesloten zijn.

Thomas Edison

Het Verenigd Koninkrijk was in 1882 het eerste land ter wereld dat kolen gebruikte om elektriciteit op te wekken. De Holborn Viaduct-elektriciteitscentrale in Londen werd toen geopend door niemand minder dan Thomas Edison.

Bron: DuurzaamBedrijfsleven.nl

Knoop van zilver uit röntgenfoto’s

DutchSpirit, producent van duurzame bedrijfskleding, heeft een knoop ontwikkeld die is gemaakt van het zilver uit gerecyclede röntgenfoto’s.

DutchSpirit heeft de duurzame knoop in samenwerking met het grondstoffenbedrijf Van Scherpenzeel geproduceerd. Het zilver, waarvan de knoop is gemaakt, is afkomstig uit de recycling van röntgenfoto’s. Deze foto’s bevatten een laagje zilver, dat tijdens het recyclen kan worden gescheiden.

Dit zilver wordt nu gebruikt als materiaal voor de duurzame knoop, die Dutch Spirit sinds kort verkoopt. Klanten kunnen de knoop als extra optie aanschaffen bij een duurzaam maatpak of colbert of deze los bestellen.

Fairtrade-zilver

Onlangs introduceerde Dutch Spirit al een andere zilveren knoop, gemaakt van Fairtrade-zilver. Dit zilver wordt volgens het bedrijf gewonnen door kleinschalige mijnwerkers die hun werk doen in goede en eerlijke leef- en arbeidsomstandigheden.

Bron: DuurzaamBedrijfsleven

Wetenschapper bedenkt duurzame oplossingen voor beton

Een wetenschapper aan de Amerikaanse University of Wisconsin-Milwaukee (UWM) heeft verschillende betonmengsels ontwikkeld, die infrastructuur moeten verduurzamen. Deze oplossingen leiden tot buigbaar, waterafstotend en waterdoorlatend beton.

De betonmengsels van Konstantin Sobolev, professor civiele techniek aan de UWM, gaan volgens de wetenschapper tot 120 jaar mee. Dit maakt het mogelijk om weginfrastructuur te verduurzamen. Bij traditioneel beton is het gebruikelijk dat de wegconstructie na een periode van 40 tot 50 jaar compleet moet worden vervangen.

Infrastructuur verduurzamen

Het eerste mengsel bestaat uit traditioneel beton gecombineerd met een nano-toevoeging, die de moleculen van het materiaal verhardt. Dit resulteert in een oppervlakte die beter weerstand biedt tegen water. Op die manier glijden waterdruppels zo van het oppervlak af, wanneer het duurzame beton wordt blootgesteld aan regenwater.

Volgens de onderzoeker is water de grootste vijand van beton. Veel water op betonnen weginfrastructuur leidt ertoe dat het bouwmateriaal gaat barsten, waardoor de kwaliteit van de infrastructuur verslechtert en er veel onderhoud nodig is om de infrastructuur in stand te houden.

Duurzaam beton

Naast de waterafstotende betonconstructie, ontwikkelde Sobolev betonmengsel dat de kleinste scheurtjes voorkomt, flexibel beton en waterdoorlatend beton dat bij hevige regenbuien de druk op het riool kan verkleinen.

“Dit zijn gecompliceerde materialen, omdat het meer vergt dan alleen een toevoeging in het mengsel”, zegt Sobolev in een persbericht. “De toevoeging van vezels leidt slechts tot een kleine verbetering. Wat we moesten doen om het beton duurzaam te maken, is het gedrag van het materiaal chemisch veranderen waardoor de kwaliteit verbetert.”

Luchtvervuiling

Op dit moment werkt de wetenschapper aan beton dat luchtvervuiling als gevolg van uitlaatgassen verkleint. Dit bouwmateriaal wordt gecombineerd met een katalysator die organische verontreiniging in uitlaatgassen afbreekt. De onderzoeker zegt daarnaast de andere betonmengsels verder te ontwikkelen om ze geschikt te maken voor toepassing.

Bron: DuurzaamBedrijfsleven.nl

Flinterdun zonneraam binnen 1 jaar terugverdiend

Het Amerikaanse bedrijf SolarWindow Technologies brengt een flexibel glas op de markt, dat niet alleen in gebouwen, maar ook in auto’s duurzame elektriciteit kan opwekken.

Het flexibele glas heeft een dikte van 0,1 millimeter en is voorzien van een coating met zonnecellen. Volgens SolarWindow kan dit materiaal groene stroom opwekken en naast gebouwen, verwerkt worden in vliegtuigen, auto’s en militaire voertuigen. Ook is het flexibele zonne-materiaal geschikt om op niet-vlakke oppervlakken zonnestroom op te wekken.

Terugverdientijd zonnepanelen

In tegenstelling tot conventionele zonnepanelen die op daken worden geplaatst, zou het flexibele zonneraam met de coating van SolarWindow vijftig keer meer energie kunnen opwekken en de investering in het materiaal binnen 1 jaar kunnen terugverdienen. Dit resultaat kan worden behaald wanneer de flinterdunne zonneramen op een gebouw met vijftig verdiepingen worden geïnstalleerd.

Volgens het bedrijf doen traditionele zonnepanelen er 11 jaar over om de investering terug te verdienen.

Slimme gebouwen

“Flexibel glas kan een grote rol spelen in de ontwikkeling van ramen, daken, slimme gebouwen en andere bouw- en vervoersproducten”, zegt John A. Conklin, president en CEO van SolarWindow Technologies, in een persbericht. “Wij zijn ervan overtuigd dat flexibel glas een grotere waarde kan opleveren door het te voorzien van SolarWindow coatings, waarmee het duurzame elektriciteit kan opwekken.”

SolarWindow werkte sinds 2011 samen met het Amerikaanse National Renewable Energy Laboratory (NREL) aan de ontwikkeling van het zonneraam en duurzame coating. De coating is met name ontwikkeld voor alle bedrijfspanden in de Verenigde Staten. Deze gebouwen gebruiken volgens het bedrijf bijna 40 procent van de totaal opgewekte energie in het land.

Zonneramen in Nederland

In Nederland heeft de Delftse start-up Physee ramen ontwikkeld die zonlicht omzetten in elektriciteit. De zogeheten PowerWindow wordt in samenwerking met vastgoedontwikkelaar OVG Real Estate getest. Begin 2017 brengt Physee de zonneramen op de markt.

Bron: DuurzaamBedrijfsleven.nl

Duurzame energie vraagt om aanpassing regelgeving

Markt kan fluctuerende stroomvoorziening opvangen door te flexibiliseren

Vanwege de toename van duurzame energie veranderen de vraag- en aanbodpatronen op het elektriciteitsnet. De marktregels voor de elektriciteitsvoorziening moeten daarop aangepast worden. Op 30 juni jl. werden concrete aanbevelingen daaromtrent, samengevat in het rapport ‘Markt en Flexibiliteit’, overhandigd aan plaatsvervangend directeur-generaal Energie van het ministerie van Economische Zaken, Birgitta Westgren. Het rapport, resultaat van een samenwerking tussen VEMW, Netbeheer Nederland, TenneT, Energie-Nederland, Eneco, APX (EPEX SPOT), de Universiteit van Amsterdam en CE Delft, beoogt een bijdrage te leveren aan de Energieagenda voor de energietransitie.

Het rapport behandelt welke behoefte aan flexibiliteit te verwachten is en hoe die behoefte ingevuld kan worden. Onder meer door de inzet van windturbines, zonnepanelen, warmtepompen en elektrische auto’s zullen veel meer fluctuaties in de stroomvoorziening gaan ontstaan. Om deze fluctuaties op te vangen is het nodig dat de flexibiliteit van zowel stroomproductie,  -vraag en -opslag flink gaan toenemen. Zakelijke energiegebruikers kunnen hieraan bijdragen door hun productieprocessen te flexibiliseren, maar lopen hierbij nog tegen veel barrières aan. Om die barrières weg te nemen moeten marktregels worden aangepast. Deze aanpassingen zijn volgens de samenstellers van het rapport nodig om vanaf 2023 slim om te gaan met het forse aandeel (45%) duurzame elektriciteitsproductie en de toenemende vraag door warmtepompen en elektrische auto’s.

Zo moet het bijvoorbeeld makkelijker worden om als zakelijke gebruiker meer stroom te gebruiken op momenten van overschot. Hiervoor dient de toegang tot de markt voor flexibiliteit te worden verbeterd, moeten product- en ingangseisen om flexibiliteit te leveren neerwaarts worden bijgesteld  en moet informatie over de toestand van het systeem beter worden aangeboden. VEMW pleit voor een faciliterend netwerktarief, en het wegnemen van fiscale barrières. De overheid dient er zorg voor te dragen dat er een energiesysteem ontstaat waar bedrijven hun eigen en maatschappelijke kosten kunnen beïnvloeden door het helpen van het systeem.

De hoofdrapportage ‘Markt en flexibiliteit’ biedt een overzicht van de belangrijkste constateringen. Deze is in te zien via de website van VEMW. Het achtergrondrapport wordt binnenkort beschikbaar gemaakt.

Bron: VEMW

Moderne energiebesparing in eeuwenoude werfkelders

Steeds meer historische Utrechtse werfkelders worden gerenoveerd tot atelier, kantoor, winkel of zelfs woonruimte. De gevels blijven als beschermd stadsgezicht intact, maar binnenin de kelders krijgen de eigenaars alle ruimte voor hun eigen inrichting. Aan de Oudegracht ter hoogte van de Twijnstraat zijn drie Middeleeuwse werfkelders via warmtepompen aangesloten op een duurzame energiebron: grondwarmte. Een prachtige combinatie van oud en nieuw. Een van de eigenaren is Bert Jan Tiesinga, een man met doorzettingsvermogen en vindingrijkheid.

2016-06-21 Moderne energiebesparing in eeuwenoude werfkelders

Bert Jan Tiesinga en zijn partner Marleen Kloppers wonen aan de Oudegracht in een voormalig schoolgebouw uit 1916. Iets verderop aan de gracht stonden vijf losse werfkelders die niet meer verbonden waren met een woonhuis. “De werfkelders waren eigendom van een investeerder die ook eigenaar is van het gebouw waarin het Luzac College is gevestigd”, vertelt Tiesinga. “Ze werden verhuurd en gebruikt voor opslag van onder meer kano’s. Met een groep van vijf buurtgenoten hebben we een gezamenlijk bod gedaan en de werfkelders gekocht. Dan ben je opeens eigenaar van een kelder uit de dertiende eeuw: oud, donker, benauwd, afgesloten, vochtig en beschimmeld. We kochten de werfkelder als pensioenvoorziening en gaan er een Bed & Breakfast van maken, maar er zelf uiteraard ook regelmatig van genieten. We wonen op de bovenste etage en hebben er ’s zomers een unieke stek aan het water bij.”

Beschermd stadsgezicht

Een werfkelder verbouwen vraagt specifieke kennis en kunde. De nieuwe eigenaars namen architect Lukas de Jong in de arm; hij heeft veel ervaring met werfkelders en de eisen van Monumentenzorg. Allereerst werd de vloer 45 cm uitgegraven en werden riolering, ventilatie en waterleiding aangelegd. “Daarbovenop hebben we een goed geïsoleerde woonbetonvloer van 20 cm gelegd”, vertelt Tiesinga. “De hoogte is nu maximaal 2,35 meter.” De kelder krijgt verder een kleine keuken en een badkamertje met toilet, wastafel en douche. Achter de werfdeur komt een extra deur voorzien van dubbel glas.

Geen gas of stadsverwarming

Het verwarmen van de ruimte had nogal wat voeten in de aarde. “Voor gas heb je rookgasafvoer nodig voor de ketel”, legt Tiesinga uit. “Omhoog mag en kan niet in een werfkelder. Door de werfmuur mag niet van Monumentenzorg. Helemaal prima hoor, want wij wilden ook zo veel mogelijk van de historische waarde behouden. Aansluiting op stadsverwarming bleek helaas ook niet te kunnen.”

Bodemwarmte uit 50 meter diepte

Als burger en kleine ondernemer sta je dan in de kou: gas en stadsverwarming onmogelijk. Bij onze zoektocht naar alternatieven kwamen we op een duurzame oplossing: via een warmtepomp kun je energie uit de grond halen. Een openbaring, had ik nog nooit van gehoord.”

De warmtepomp onttrekt warmte uit een hernieuwbare bron zoals de bodem, maar dat kan ook lucht of grondwater zijn. Om de warmte uit de diepere grondlagen te halen, worden warmtelussen in de grond aangebracht. Een warmtelus bestaat uit een aan- en afvoerbuis met diameter 36 mm. “We wilden eerst per kelder één lus tot 80 meter diep de grond in boren, maar dit mocht van de gemeente niet”, vertelt Tiesinga. “Een diepte van 50 meter was het maximum. Deze extra beperking hebben we opgelost door per werfkelder twee lussen aan te leggen.”

De gemeente Utrecht wilde met een boordiepte van maximaal 50 meter voorkomen dat aanwezige historische grondwaterverontreiniging in de hogere grondwaterlaag zich zouden verspreiden naar een diepere waterlaag waaruit drinkwater wordt gewonnen.

Boren door straat en gewelven

De gemeente heeft kritisch, maar opbouwend meegedacht met het nieuwe warmteplan. Tiesinga: “Ons aanvankelijke verzoek was om de warmtelussen op de werf, voor de kelders te laten boren. Daar kwamen wel wat bezorgde vragen over in verband met mogelijke gevolgen voor boomwortels. We kregen de opdracht mee om eerst uit te laten zoeken of het mogelijk was de warmtelussen gewoon onder onze eigen kelders aan te laten brengen. Ik stond perplex: de boorinstallatie is wel zes meter hoog, die past uiteraard niet in een werfkelder. Het verrassende antwoord was: gewoon vanaf de straat boven de kelders, dwars door het gewelf heen de grond in boren.”

Het doorgaande verkeer op de Oudegracht moest drie dagen worden omgeleid. “Dat was nog een geregel hoor, met een opbreekvergunning en een verkeersplan,” geeft Tiesinga aan.

Schoenendoosformaat

De warmtepomp geeft warmte voor de vloerverwarming. “De kelder heeft een oppervlakte van zo’n 30m2“, vertelt Tiesinga. “Niet echt groot en we vechten in zo’n kleine werfkelder voor elke meter, dus we hadden geen zin in een grote installatie. Na goed zoeken kwamen we bij een compacte warmtepomp in schoenendoosformaat. Past prima in een keukenkastje, is fluisterstil en heeft heel weinig stroom nodig. We kunnen hiermee 3Kw opwekken, terwijl we 2Kw nodig hebben voor verwarming.”

Douchen zonder uitstoot

Het warme tap- en douchewater komt via een elektrische geiser (doorstroomverwarmer). Het koude water van de waterleiding loopt door de geiser waar het door elektrische verwarmingselementen -als in een waterkoker- wordt verwarmd. De elementen leveren voldoende warmte om het doorstromende water direct op te warmen, zodat er comfortabel gedoucht kan worden. Tiesinga: “Het liefst hadden we ook voor tapwater gebruik gemaakt van de warmtepomp. Maar je hebt dan een boiler nodig en dat zou in de kleine kelders van 30m2 te veel ruimte in beslag nemen.”

Zomer aan de werf

De investering in warmtepompen bedraagt ongeveer 9.000 euro per kelder. “Daarbij komt de overheid je wel tegemoet met een Investeringssubsidie Duurzame Energie (ISDE) van 2.650 euro”, legt Tiesinga uit. “We zijn begin maart 2015 gestart onze plannen. Begin mei zijn de warmtelussen aangelegd en we hopen aan het einde van de zomer klaar te zijn met de renovatie. Leuk om te merken dat er eigenaars van andere werfkelders langskomen. Zij zijn nieuwsgierig naar het concept van de warmtepomp. Zeker voor de werfkelders die niet in verbinding staan met een bovenliggende woning is dit een compacte en duurzame oplossing. We gebruiken warmte die in de grond zit en ik denk dat we hiermee zo’n 70 procent op de vloerverwarmingskosten besparen. Aanzienlijk dus. Ik ben heel blij dat we hierop zijn uitgekomen.”

Bron: Duurzaam Nieuws

Adidas: ‘Klaar om productie met oceaanplastic op te schalen’

De adidas-sneaker gemaakt van oceaanplastic komt deze maand op de markt. Dat biedt kansen om de productie van schoenen en kleding met oceaanplastic op te schalen.

2016-06-10 Adidas Klaar om productie met oceaanplastic op te schalen

Voor de ontwikkeling van de sneaker werkte adidas samen met de milieuorganisatie Parley for the Oceans. De sneaker, waarvan vorig jaar een prototype werd gepresenteerd, is gemaakt van plastic afval dat Parley for the Oceans uit de oceanen haalt.

Het bovenmateriaal van de sneakers is geproduceerd uit plastic afkomstig uit de Malediven en van oude visnetten. De schoen is verder gemaakt met behulp van de adidas Tailored Fibre Technology, waarmee het sportmerk schoenen op maat kan maken.

‘Eerste stap bereikt’

De nieuwe sneakers komen in een oplage van slechts vijftig paar. Die biedt adidas niet te koop aan, maar het merk verloot de schoenen via een Instagram-actie. Volgens adidas en Parley for the Oceans is de limited collectie echter nog maar het begin.

“Het is een voortdurende uitdaging, maar we hebben de eerste stap bereikt”, zegt Cyrill Gutsch, oprichter van Parley for the Oceans. “We zijn nu in staat om nieuw plastic te vervangen door gerecycled plastic afval uit de oceaan. We kunnen er schoenen en kleding van maken en we zijn nu klaar om op te schalen.”

Ecologische noodzaak

Onlangs zei Gerd Manz, vice president technology innovation van adidas Group, tegen DuurzaamBedrijfsleven Media dat adidas de materialen gemaakt van oceaanplastic geleidelijk, maar continu, in zijn producten integreert . “Hoewel onze prioriteit nu op schoenen ligt, werken we ook aan de productie van kleding met dit materiaal. Die moet in de tweede helft van 2016 in de winkels liggen.”

De vice president kent de samenwerking met Parley for the Oceans veel waarde toe: “Het mooie aan deze samenwerking is dat we, terwijl we bijdragen aan een ecologische noodzaak, ook werken aan een betere toekomst voor onze industrie.”

Bron: DuurzaamBedrijfsleven